- Vorige posts
- ANOTHER WAY
- VORMEN VAN ZELFZORG
- FEARLESS
- OVER KAARSEN EN ZWAARDEN: INNERLIJKE VREDE
- GEWELDLOOSHEID EN KRIJGSKUNST: EEN CONVERGENTIE
- HET SPIDERMAN-DILEMMA
- OOST - WEST: DE TOEKOMST VAN AIKIDO
- SEE ME BEAUTIFUL
- MISOGI: KRACHT EN VALKUILEN
- DE AIKIDOLES IS EEN GESCHENK
- Archieven
- oktober 2003
- november 2003
- januari 2004
- januari 2005
- augustus 2005
- november 2005
- december 2005
- januari 2006
- september 2008
- oktober 2008
- maart 2009
ACTIEVE VREDE
Opstellen over geweldloze krijgskunst (door Peter Van de Ven)
ANOTHER WAY
12 maart, 2009
Politiek, kunst en krijgskunst leveren steeds een delicate combinatie. Ze zijn onafscheidelijk, maar wie zich aan de combinatie waagt, voelt zich al snel als een danser op de slappe koord. Zo bestaat er, niet in het minst sinds Billie Holiday's "Strange Fruit", een traditie van "pacifistische protestliederen".
Extremisten die elkaar bestrijden, blijken in de feiten tevens elkaars bondgenoten. Door escalatie van geweld versterken ze wederzijds hun posities in een conflict, een proces waarbij ze beiden baat hebben omdat ze er hun macht aan ontlenen. Daarom beschouwen ze niet alleen elkaar als gezworen vijanden, maar ook "de pacifisten" zijn het mikpunt van hun agressie omdat die de escalatie willen milderen en naar vrede streven. Bij gevolg worden pacifisten, en de samenleving in het algemeen, dikwijls het slachtoffer van geweld van twee elkaar bekampende partijen. De extreem-rechtse "war on terror", waarbij burgerrechten beetje bij beetje sneuvelen, is daar een passend voorbeeld van.
Mokandas Gandhi benadrukte graag menselijke moed als een kerneigenschap van wie geweldloosheid koestert. Zeker, pacifisme vraagt moed, moed om waarheid te spreken waar ze versluierd wordt, moed om de confrontatie aan te gaan met extremisme, moed om de stem van de gematigdheid te laten horen, en moed om de eenzaamheid te dragen die van die houding het gevolg kan zijn binnen gevorderde conflicten.
Dat ondervond recent ook het muzikale duo van de Jemeens-Israëlische Noa en de Christen-Palestijnse Mira Awad. Ze trotseren enigszins verbaasd de kritiek die ze krijgen omwille van de expressie van hun vredesboodschap, dat meldt alleszins de International Herald Tribune naar aanleiding van Eurovisie 2009. Nochtans is de vredesbeweging stevig verankerd in het Midden-Oosten, zowel aan Palestijnse zijde, als aan Israëlische. Deze vredesactivisten promoten vrede, en klagen uitwassen van geweld aan, zoals onder meer met dit tekenfilmpje "Pace of Peace" waarvoor ook Noa de soundtrack leverde.
Pacifisme is een complex gegeven. Enerzijds mag het niet verworden tot een ijdele vredeswens, die een hypocriete lippendienst levert aan "de goede zaak" terwijl de wereld in vuur en vlam staat. Anderzijds schuilt in een kortzichtige en contextloze "anti-oorlog"-profilering het gevaar om wakker te worden naast bizarre bondgenoten en ongewenste medestanders. Er bestaat, gelukkig maar, geen sluitende omschrijving van pacifisme, maar de afkeer van geweld, de vredes-wil, en vooral de creativiteit om oplossingen te bedenken voor conflicten en deze gevonden oplossingen te realiseren, zijn zeker essentieel.
Toen, in februari, de publieke opinie van Israël de keuze kreeg tussen vier songs van Noa & Mira Awad voor Eurovisie 2009, had ze dus niet beter kunnen kiezen dan voor "There must be another way" . De song is Hebreeuws-Arabisch-Engels (hier vindt u een vertaling), en brengt een duidelijke boodschap: naast de weg van "bommen en granaten", moet er een andere weg zijn om met samenlevingsconflicten om te gaan. Het geweld, de pijn, is er voor ieder betrokken mens, de oplossing komt door de wil om ze te vinden. Noa en Mira zingen samen:
Extremisten die elkaar bestrijden, blijken in de feiten tevens elkaars bondgenoten. Door escalatie van geweld versterken ze wederzijds hun posities in een conflict, een proces waarbij ze beiden baat hebben omdat ze er hun macht aan ontlenen. Daarom beschouwen ze niet alleen elkaar als gezworen vijanden, maar ook "de pacifisten" zijn het mikpunt van hun agressie omdat die de escalatie willen milderen en naar vrede streven. Bij gevolg worden pacifisten, en de samenleving in het algemeen, dikwijls het slachtoffer van geweld van twee elkaar bekampende partijen. De extreem-rechtse "war on terror", waarbij burgerrechten beetje bij beetje sneuvelen, is daar een passend voorbeeld van.
Mokandas Gandhi benadrukte graag menselijke moed als een kerneigenschap van wie geweldloosheid koestert. Zeker, pacifisme vraagt moed, moed om waarheid te spreken waar ze versluierd wordt, moed om de confrontatie aan te gaan met extremisme, moed om de stem van de gematigdheid te laten horen, en moed om de eenzaamheid te dragen die van die houding het gevolg kan zijn binnen gevorderde conflicten.
Dat ondervond recent ook het muzikale duo van de Jemeens-Israëlische Noa en de Christen-Palestijnse Mira Awad. Ze trotseren enigszins verbaasd de kritiek die ze krijgen omwille van de expressie van hun vredesboodschap, dat meldt alleszins de International Herald Tribune naar aanleiding van Eurovisie 2009. Nochtans is de vredesbeweging stevig verankerd in het Midden-Oosten, zowel aan Palestijnse zijde, als aan Israëlische. Deze vredesactivisten promoten vrede, en klagen uitwassen van geweld aan, zoals onder meer met dit tekenfilmpje "Pace of Peace" waarvoor ook Noa de soundtrack leverde.Pacifisme is een complex gegeven. Enerzijds mag het niet verworden tot een ijdele vredeswens, die een hypocriete lippendienst levert aan "de goede zaak" terwijl de wereld in vuur en vlam staat. Anderzijds schuilt in een kortzichtige en contextloze "anti-oorlog"-profilering het gevaar om wakker te worden naast bizarre bondgenoten en ongewenste medestanders. Er bestaat, gelukkig maar, geen sluitende omschrijving van pacifisme, maar de afkeer van geweld, de vredes-wil, en vooral de creativiteit om oplossingen te bedenken voor conflicten en deze gevonden oplossingen te realiseren, zijn zeker essentieel.
Toen, in februari, de publieke opinie van Israël de keuze kreeg tussen vier songs van Noa & Mira Awad voor Eurovisie 2009, had ze dus niet beter kunnen kiezen dan voor "There must be another way" . De song is Hebreeuws-Arabisch-Engels (hier vindt u een vertaling), en brengt een duidelijke boodschap: naast de weg van "bommen en granaten", moet er een andere weg zijn om met samenlevingsconflicten om te gaan. Het geweld, de pijn, is er voor ieder betrokken mens, de oplossing komt door de wil om ze te vinden. Noa en Mira zingen samen:
And when I cry, I cry for both of us
My pain has no name
And when I cry, I cry
To the merciless sky and say
There must be another way
Op die manier tillen ze hun lied boven het niveau van het droevige en uitzichtloze conflict in het Midden-Oosten. Met zulke zinnen brengen ze een universele boodschap, verwoorden ze de essentie van pacifisme voor alle conflicten, wereldwijd, en behoren ze, door hun niet-aflatende vredesactie en samen met andere Israëlische en Palestjinse pacifisten, tot de "voorbeelden voor de hele wereld" . Daarvoor is moed nodig waarvoor men alleen bewondering kan hebben, de moed van de confrontatie, de moed van "de andere weg", die van een vredelievende samenleving. Noa and Mira, what you do is wonderful. From me-from Belgium,"Shalom...".
VORMEN VAN ZELFZORG
28 oktober, 2008
Eén van de obstakels voor een volwassen krijgskunstbeoefening is de misleidende beeldvorming erover. Films brengen vergeldende en bloederige confrontaties, reportages brengen verslagen over fanatieke competitie binnen vechtsport, en verder lijkt het oefenen van vechttechnieken iets voor volgroeide en echte kinderen. Voor zelfzorg bestaat een vergelijkbaar vertekend beeld alsof zelfzorg iets zou zijn voor verwende rijkeluisdametjes die hun leeg bestaan vullen in wellnesscentra.
Beide beelden zijn misplaatst. Bovendien is zelfzorg een vorm van zelfverdediging, en kan het oefenen van vechttechnieken een vorm van zelfzorg zijn. Zelfzorg en zelfverdediging gaan hand in hand.
Een gepaste omschrijving van zelfzorg blijkt moeilijk te geven. Dagelijkse hygiëne is een goed voorbeeld. Die besteedt men niet uit aan een dienstverleningscentrum, tenzij men oud, ziek of anders behoeftig is. De meeste mensen poetsen zelf hun tanden en gaan zelf in bad. Omdat ze op die manier verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen welzijn, verhogen ze hun levenskwaliteit. Ze stinken niet, wat hun sociale contacten verbetert. Hun tanden blijven van goede kwaliteit, met gunstige gevolgen voor hun spijsvertering en bloedsomloop. Wie zichzelf verzorgt, behoudt en verhoogt zijn welzijn, en daardoor ook dat van zijn familie, vriendenkring of omgeving.
Uiteraard gaat zelfzorg verder dan dagelijkse hygiëne alleen. Wie zichzelf geneest en niet meteen naar de arts loopt, doet aan zelfzorg. Dat kan gaan over zelfmedicatie, ontspanning, stressreductie, ontgifting, gezonde voeding of time-management. Uiteraard zijn daar grenzen aan, en die bewaken, dwz weten wanneer je echt een arts nodig hebt, is eveneens een vorm van zelfverantwoordelijkheid. De ontwikkeling van eigen vaardigheden staat centraal: uit zelfzorg volgt zelfstandigheid en zelfredzaamheid. De zelfzorg is hierbij preventief, of "eerste lijns".
Beide beelden zijn misplaatst. Bovendien is zelfzorg een vorm van zelfverdediging, en kan het oefenen van vechttechnieken een vorm van zelfzorg zijn. Zelfzorg en zelfverdediging gaan hand in hand.
Een gepaste omschrijving van zelfzorg blijkt moeilijk te geven. Dagelijkse hygiëne is een goed voorbeeld. Die besteedt men niet uit aan een dienstverleningscentrum, tenzij men oud, ziek of anders behoeftig is. De meeste mensen poetsen zelf hun tanden en gaan zelf in bad. Omdat ze op die manier verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen welzijn, verhogen ze hun levenskwaliteit. Ze stinken niet, wat hun sociale contacten verbetert. Hun tanden blijven van goede kwaliteit, met gunstige gevolgen voor hun spijsvertering en bloedsomloop. Wie zichzelf verzorgt, behoudt en verhoogt zijn welzijn, en daardoor ook dat van zijn familie, vriendenkring of omgeving.
Uiteraard gaat zelfzorg verder dan dagelijkse hygiëne alleen. Wie zichzelf geneest en niet meteen naar de arts loopt, doet aan zelfzorg. Dat kan gaan over zelfmedicatie, ontspanning, stressreductie, ontgifting, gezonde voeding of time-management. Uiteraard zijn daar grenzen aan, en die bewaken, dwz weten wanneer je echt een arts nodig hebt, is eveneens een vorm van zelfverantwoordelijkheid. De ontwikkeling van eigen vaardigheden staat centraal: uit zelfzorg volgt zelfstandigheid en zelfredzaamheid. De zelfzorg is hierbij preventief, of "eerste lijns".Zelfzorg kan ook in het verlengde liggen van een medische behandeling. De verpleging kan geen 24/24 bij iedere zieke zijn, dus zal ze bij voorbeeld aan diabetespatiënten leren hoe ze zichzelf kunnen opvolgen en behelpen.
Bij zelfzorg hoort ook enige zelfverwennerij, het zoeken van knusheid en gezellig comfort. Zulks hoeft echter geen synoniem te zijn voor door reclame aangeprate kunstmatige behoeften, zeker niet als het najagen van het laatste trendy nieuwtje uiteindelijk zelfdestructieve gevolgen kan hebben. Hier bestaat zelfzorg uit het juist niet deelnemen aan deze overconsumptie en shopverslaving. Vrijwillige soberheid is ook een vorm van zelfzorg.
Bij Wikpedia schrijft men het zo:
"Self care is personal health maintenance. It is any activity of an individual, family or community, with the intention of improving or restoring health, or treating or preventing disease."
"De tijd van het zwaard is voorbij" , was na 1900 een veelgehoorde leuze, dwz een zinvolle beoefening van krijgskunst door gewone burgers heeft nog weinig verband met louter fysieke zelfverdediging. De agressie en de bedreigingen van onze moderne wereld zijn complexer dan het geweld van een boef in een donker steegje.
Met het oog op ontwikkeling en bescherming van welzijn, wordt in onze moderne samenleving zelfzorg een vorm van krijgkunstbeoefening.
Lees ook elders: "The importance of Self Care" en "Self Care Behaviour"
Bij zelfzorg hoort ook enige zelfverwennerij, het zoeken van knusheid en gezellig comfort. Zulks hoeft echter geen synoniem te zijn voor door reclame aangeprate kunstmatige behoeften, zeker niet als het najagen van het laatste trendy nieuwtje uiteindelijk zelfdestructieve gevolgen kan hebben. Hier bestaat zelfzorg uit het juist niet deelnemen aan deze overconsumptie en shopverslaving. Vrijwillige soberheid is ook een vorm van zelfzorg.
Bij Wikpedia schrijft men het zo:
"Self care is personal health maintenance. It is any activity of an individual, family or community, with the intention of improving or restoring health, or treating or preventing disease."
"De tijd van het zwaard is voorbij" , was na 1900 een veelgehoorde leuze, dwz een zinvolle beoefening van krijgskunst door gewone burgers heeft nog weinig verband met louter fysieke zelfverdediging. De agressie en de bedreigingen van onze moderne wereld zijn complexer dan het geweld van een boef in een donker steegje.
Met het oog op ontwikkeling en bescherming van welzijn, wordt in onze moderne samenleving zelfzorg een vorm van krijgkunstbeoefening.
Lees ook elders: "The importance of Self Care" en "Self Care Behaviour"
FEARLESS
25 september, 2008
Vechtfilms maken een vast onderdeel uit van het filmaanbod in de bioscoopzalen en op televisie. Vele daarvan leveren als verhaal een eenvoudige set om hier en daar wat spectaculaire of grappige choreografieën van vechtscenes neer te zetten. Los daarvan bestaat er ook een authentiek Chinees literair kunstgenre waarin krijgskunstenaars de hoofdrol spelen. Ik denk aan pareltjes zoals "Crouching tiger, hidden dragon" (van Ang Lee, die ook het oer-Engelse "Sense and sensibility" maakte en het recente "Lust, caution") of de trilogie van "Hero" , "The house of the flying daggers" en "The curse of the golden flower". Hierbij is de plot van het verhaal een menselijk drama, geplaatst in, en gebracht met de context van wushu, het Chinese boxen, of Chinese krijgskunst in het algemeen. Deze "wuxia" bestaan al meer dan tweeduizend jaar en vertellen, net als de Westerse "Zorro" en "Robin Hood", verhalen van liefde, opstand en gerechtigheid.
In tegenstelling tot de Japanse samoerai, ontwikkelden de Chinese xia, man of vrouw, zich tot een soms in geheime genootschappen georganiseerde tegenkracht temidden een bureaucratische samenleving. Het hoeft dus niet te verwonderen dat verhalen over hun wedervaren zeer populair werden in een strak bestuurd land. De xia waren de vriend van rechtvaardige leiders en de gevreesde tegenstanders van onderdrukkers. Ook vandaag staat de Chinese overheid vijandig tegenover de traditionele krijgskunst, die zij tracht te verbannen, ofwel letterlijk, ofwel door ze te vervangen door vechtsport en -gymnastiek.
Een zekere dosis fantasie behoort tot de vaste bestanddelen van de wuxia, op één na: het leven van Huo Yuanjia.
Huo Yuanjia groeide uit tot een ware volksheld. Zijn leven is daarom moeilijk te vertellen, omdat bij deze "levende legende" van het begin van de twintigste eeuw feit en fictie bijna niet gescheiden kunnen worden, zo beroemd was hij. Huo Yuanjia werd geboren in 1868, als de vierde van tien kinderen. Zijn vader was een bekend wushu-leraar, maar verbood elke training aan Yuanjia wegens diens zwakke gezondheid. Hij verkoos een schoolse opleiding voor zijn zoon, waarbij de opvoeding tot nederigheid centraal stond. En dus bespioneerde de jonge Yuanjia zijn vaders trainingen, en oefende zelf.
In 1890 werden alle deelnemers van zijn de Huo-wushu-school verslagen tijdens een toernooi. Yuanjia wenste verbazend genoeg als laatste deel te nemen, en versloeg de uitdagers. Zijn vader besliste dan om hem verder op te leiden. Uiteindelijk verwierf Yuanjia grote faam als "onoverwinnelijk" krijger.
Het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw betekenden een droeve periode in de geschiedenis van China. Het centraal gezag was zeer zwak en het land was overgeleverd aan de arrogante en uitbuitende politiek van koloniale mogendheden: Groot-Brittannië, Rusland, Japan, Duitsland, Italië, Oostenrijk, Frankrijk en de USA. Westerse vechters allerlei trokken door China om hun superioriteit nog wat in de verf te zetten. Huo Yuanjia nam die beledigingen niet langer en meldde zich als tegenstander van al die vechtersbazen. Hij versloeg ze allen, en herwon zo voor de Chinese bevolking een deel van haar trots en zelfvertrouwen, het maakte hem tot rolmodel voor vele Chinese burgers.
Twee gebeurtenissen zetten Yuanjia nog verder op weg. Op zeker ogenblik werd hij gestalkt door ene Zhang Wen Dat, een arrogant en pretentieus vechter. Na lang aandringen liet Huo Yuanjia zich overhalen tot een gevecht. Yianjia versloeg Wen Dat met slechts twee bewegingen. Hoe kon zulks? Het verschil lag niet in behendigheid, maar in spirituele ontwikkeling waardoor Zhang Wen Dat bescheidenheid miste. Ondertussen was in China tevens de bokseropstand bloedig onderdrukt door machinegeweren. Beide ervaringen, de arrogantie van Zhang Wen Dat en de overmacht van kogels en granaten, te samen met een afkeer van koloniale bemoeizucht, brachten Yuanjia in 1910 ertoe de Chin Woo wushu-academie op te richten. Om te verdoezelen dat in de academie krijgskunst werd getraind, noemde hij het "Centrum voor Lichamelijke Opvoeding".
De populariteit van Huo Yianjia was een doorn in het oog van zowel de Chinese overheid als van de koloniale machten. Slechts 42 was Huo Yuanjia toen hij stierf, een dood ook met mysterie omweven. Volgens sommigen werd hij vergiftigd door de koloniale overheden, volgens anderen stierf hij aan tuberculose. Zijn skelet bleek arsenicum te bevatten, maar zelfs dat geeft geen uitsluitsel: arsenicum werd begin 1900 vermengd in sommige medicijnen.
De Chin Woo academie bestaat nog steeds. Tijdens de culturele revolutie werd ze verboden van 1966 tot 1976.
Vechtfilms zijn een vast onderdeel van het filmrepertoire. Jet Li, bekend daarvan, opgeleid in de Chin Woo academie, vertolkte de hoofdrol in de verfilming van het leven van Huo Yianjia, onder de titel "Fearless". Mooie beelden, knappe scenes, maar voor wie de persoonlijkheid van Huo Yianjia aanvoelt, een teleurstelling. Een dermate grote teleurstelling dat de familie van Yianjia een klacht neerlegde tegen de film wegens (eufemistisch) "niet accuraat", lees: beledigend. De film hangt een zeer negatief, en vooral onjuist, beeld op van de jonge Yianjia. De oorzaak daarvan kan liggen in commerciële overwegingen, maar meer voor de hand liggend is dat bureaucratische overheden zich ook vandaag nog hoeden voor een mogelijke heldenstatus van krijgskunstanaars. Er is echter een belangrijk verschil tussen een film als "Fearless" en andere wushu-verhalen: de basis van het verhaal, het leven van Huo Yianjia, is waar gebeurd.
Huo Yuanjia begreep, net als andere krijgskunstmeesters uit het begin van de 19de eeuw, dat de moderne samenleving een herdefiniëring van de krijgskunstbeoefening noodzakelijk maakt. Niet alleen voor zijn moed bij toernooien tegen Westerse tegenstanders, maar voor dit inzicht is hij alle waardering waard.
In tegenstelling tot de Japanse samoerai, ontwikkelden de Chinese xia, man of vrouw, zich tot een soms in geheime genootschappen georganiseerde tegenkracht temidden een bureaucratische samenleving. Het hoeft dus niet te verwonderen dat verhalen over hun wedervaren zeer populair werden in een strak bestuurd land. De xia waren de vriend van rechtvaardige leiders en de gevreesde tegenstanders van onderdrukkers. Ook vandaag staat de Chinese overheid vijandig tegenover de traditionele krijgskunst, die zij tracht te verbannen, ofwel letterlijk, ofwel door ze te vervangen door vechtsport en -gymnastiek.
Een zekere dosis fantasie behoort tot de vaste bestanddelen van de wuxia, op één na: het leven van Huo Yuanjia.
Huo Yuanjia groeide uit tot een ware volksheld. Zijn leven is daarom moeilijk te vertellen, omdat bij deze "levende legende" van het begin van de twintigste eeuw feit en fictie bijna niet gescheiden kunnen worden, zo beroemd was hij. Huo Yuanjia werd geboren in 1868, als de vierde van tien kinderen. Zijn vader was een bekend wushu-leraar, maar verbood elke training aan Yuanjia wegens diens zwakke gezondheid. Hij verkoos een schoolse opleiding voor zijn zoon, waarbij de opvoeding tot nederigheid centraal stond. En dus bespioneerde de jonge Yuanjia zijn vaders trainingen, en oefende zelf.
In 1890 werden alle deelnemers van zijn de Huo-wushu-school verslagen tijdens een toernooi. Yuanjia wenste verbazend genoeg als laatste deel te nemen, en versloeg de uitdagers. Zijn vader besliste dan om hem verder op te leiden. Uiteindelijk verwierf Yuanjia grote faam als "onoverwinnelijk" krijger.
Het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw betekenden een droeve periode in de geschiedenis van China. Het centraal gezag was zeer zwak en het land was overgeleverd aan de arrogante en uitbuitende politiek van koloniale mogendheden: Groot-Brittannië, Rusland, Japan, Duitsland, Italië, Oostenrijk, Frankrijk en de USA. Westerse vechters allerlei trokken door China om hun superioriteit nog wat in de verf te zetten. Huo Yuanjia nam die beledigingen niet langer en meldde zich als tegenstander van al die vechtersbazen. Hij versloeg ze allen, en herwon zo voor de Chinese bevolking een deel van haar trots en zelfvertrouwen, het maakte hem tot rolmodel voor vele Chinese burgers.Twee gebeurtenissen zetten Yuanjia nog verder op weg. Op zeker ogenblik werd hij gestalkt door ene Zhang Wen Dat, een arrogant en pretentieus vechter. Na lang aandringen liet Huo Yuanjia zich overhalen tot een gevecht. Yianjia versloeg Wen Dat met slechts twee bewegingen. Hoe kon zulks? Het verschil lag niet in behendigheid, maar in spirituele ontwikkeling waardoor Zhang Wen Dat bescheidenheid miste. Ondertussen was in China tevens de bokseropstand bloedig onderdrukt door machinegeweren. Beide ervaringen, de arrogantie van Zhang Wen Dat en de overmacht van kogels en granaten, te samen met een afkeer van koloniale bemoeizucht, brachten Yuanjia in 1910 ertoe de Chin Woo wushu-academie op te richten. Om te verdoezelen dat in de academie krijgskunst werd getraind, noemde hij het "Centrum voor Lichamelijke Opvoeding".
De populariteit van Huo Yianjia was een doorn in het oog van zowel de Chinese overheid als van de koloniale machten. Slechts 42 was Huo Yuanjia toen hij stierf, een dood ook met mysterie omweven. Volgens sommigen werd hij vergiftigd door de koloniale overheden, volgens anderen stierf hij aan tuberculose. Zijn skelet bleek arsenicum te bevatten, maar zelfs dat geeft geen uitsluitsel: arsenicum werd begin 1900 vermengd in sommige medicijnen.
De Chin Woo academie bestaat nog steeds. Tijdens de culturele revolutie werd ze verboden van 1966 tot 1976.
Vechtfilms zijn een vast onderdeel van het filmrepertoire. Jet Li, bekend daarvan, opgeleid in de Chin Woo academie, vertolkte de hoofdrol in de verfilming van het leven van Huo Yianjia, onder de titel "Fearless". Mooie beelden, knappe scenes, maar voor wie de persoonlijkheid van Huo Yianjia aanvoelt, een teleurstelling. Een dermate grote teleurstelling dat de familie van Yianjia een klacht neerlegde tegen de film wegens (eufemistisch) "niet accuraat", lees: beledigend. De film hangt een zeer negatief, en vooral onjuist, beeld op van de jonge Yianjia. De oorzaak daarvan kan liggen in commerciële overwegingen, maar meer voor de hand liggend is dat bureaucratische overheden zich ook vandaag nog hoeden voor een mogelijke heldenstatus van krijgskunstanaars. Er is echter een belangrijk verschil tussen een film als "Fearless" en andere wushu-verhalen: de basis van het verhaal, het leven van Huo Yianjia, is waar gebeurd.
Huo Yuanjia begreep, net als andere krijgskunstmeesters uit het begin van de 19de eeuw, dat de moderne samenleving een herdefiniëring van de krijgskunstbeoefening noodzakelijk maakt. Niet alleen voor zijn moed bij toernooien tegen Westerse tegenstanders, maar voor dit inzicht is hij alle waardering waard.
OVER KAARSEN EN ZWAARDEN: INNERLIJKE VREDE
21 januari, 2006
Voor verschillende religies en wereldbeschouwingen vormt "innerlijke vrede" een belangrijk begrip, een sleutel tot wereldvrede, of zelfs dé (enige) sleutel tot wereldvrede. Er bestaat een grote verscheidenheid aan meningen over inhoud en "gewicht" van het begrip.
De taalverschillen kunnen al dubbelzinnigheden naar voren brengen. Het Engelse "peaceful" betekent zowel vredelievend als rustig. Ook in het Nederlands wordt vredig gebruikt wanneer we een soort rust bedoelen. Het is Indische "shanti" betekent "vrede", wat begrepen wordt als "innerlijke kalmte". Wanneer we dus lezen over "inner peace" kunnen we dit vertalen als "innerlijke vrede" en tevens als "innerlijke rust". Volgens de dertiende-eeuwse Japanse monnik Nichiren ontstaat innerlijke vrede door het overwinnen van de "drie vergiften" (onwetendheid, haat en hebzucht), zodat wie innerlijke rust heeft gevonden niet meer destructief handelt. Door het overwinnen van onwetendheid (over de aard van de mens), ontstaat het bewustzijn van verbondenheid en van mededogen.
Vraag is in hoeverre rust en vrede als gelijke begrippen kunnen gelezen worden. Naar aanleiding van "9/11" schrijft de Dalai Lama:
"Maar dit (de aanslagen) waren geen daden van spontane negatieve gevoelens. Zij waren het resultaat van zorgvuldige planning, wat hen alleen maar noch afschuwelijker maakt."
Inderdaad, misdaad, moord en oorlog, het ontwerpen van verschrikkelijke wapens, kunnen op de meest koelbloedige (kalme) wijze voltrokken worden. Hoe kunnen we "innerlijke vrede" verder begrijpen?
Innerlijke vrede is een vorm van zelfverzoening die kan bereikt worden door mentale training. Door oefeningen zuivert men zich van rust-verstorende (denk)gewoonten, lost men innerlijke conflicten op, zodat men een zekere vorm van innerlijk evenwicht vindt. Daardoor overwint men lijden, en treedt men fris de wereld tegemoet en is zo beter in staat een bijdrage te leveren tot een vredelievende samenleving.
Het zou echter jammer zijn de organische basis van innerlijke vrede uit het oog te verliezen. Bepaalde vervuilende stoffen die men opneemt uit de omgeving kunnen sterke onrust veroorzaken. Een tekort aan mineralen zoals magnesium, eveneens. Ook een foutje in de werking van bepaalde organen, bv de schildklier. Veel werken aan de computer kan epileptische verschijnselen veroorzaken, zelfs bij mensen die geen uitgesproken aanleg hebben voor epilepsie. Van elke van deze factoren is men zich niet altijd bewust en men heeft er niet altijd controle over. Milieuvervuiling is een mondiaal verschijnsel.
Wie belangstelling heeft in "innerlijke vrede" geeft dus best aandacht aan een vorm van hygiëne voor het zenuwstelsel, waartoe lichaamsbeweging, gezonde voeding, werkgewoonten, goede nachtrust, goede menselijke en seksuele contacten, ... behoren. Epilepsie, depressie, slaap, innerlijke onrust, ... het lijkt allemaal met elkaar verbonden. Rustgevende thee, kruidengeneeskunde, aromatherapie, sauna, massage, luisteren naar rustige muziek,... allemaal "dagelijkse" gewoonten die de rust ten goede kunnen komen. De Japanse tuin is een "kijk-en luister"-tuin, een visueel genot, met watergekabbel op de achtergrond. Een park, een bos, een wandeling op het strand. Kaarsmeditatie, het kijken naar het continue branden van de vlam brengt de geest tot rust. De kaars is ook een vrijwel universeel vredessymbool.
Ik gaf het reeds aan: sommige vervuilende stoffen komen uit het milieu. Maar ook de sociale contacten of de structuur van de maatschappij kunnen mensen de kast op jagen: onregelmatige werkuren, files, werkonzekerheid, opvoedingsproblemen, relatieproblemen,... . Eveneens allemaal onderwerpen die men niet ten volle kan controleren. Innerlijke vrede heeft dus ook een sociaal-politieke invalshoek. De maatschappelijke ordening kan maken dat de leden van een groep of van een samenleving met meer of minder innerlijke conflicten opgezadeld worden, en het dus, als het al mogelijk is, meer tijd en inspanning vraagt om deze te verwerken.
In tegenstelling tot het Engelse "satisfaction" of "fullfilement", verwijst "behoeftenbe-vredig-ing" naar vrede. Voldaan en vredig. Voor Marshal B. Rosenberg is behoeftenbevrediging de basis van geweldloosheid. Maar ook behoeftenbevrediging heeft een sociaal-politiek aspect.
In de Japanse, door Zen (in het bijzonder door de gedachten van de priester Takuan) geïnspireerde krijgskunst, spreekt men van fudochi, de lege en onbewogen geest. Als een rustige rivier die perfect de maneschijn weerspiegelt. Deze innerlijke rust maakt het mogelijk de situatie accuraat te beschouwen, én, om de juiste techniek en de aangepaste strategie probleemloos uit te voeren. Innerlijke vrede maakt een betere waarneming mogelijk en "garandeert" adequate actie. Hierbij zoekt men rust in de beweging. Innerlijke rust in een dynamisch en steeds veranderend geheel. "Niet-denken" ("no-mind"), leeg, spontaan en onbewust handelend, luisterend en inspelend op de situatie. "Mu" betekent leegte, en tal van begrippen verwijzen ernaar: mu-shin (zonder geest), mu-shotoku (zonder doel en niet gericht op winst).
Geweld zou men kunnen zien als een verstoring van rust. Zelfverdediging is pas voltooid na het herstellen van de rust, wanneer alle problemen zijn opgelost en de nodige na-zorg is verleend, wanneer mogelijke wonden zijn geheeld. Dit terugkeren tot rust is belangrijk, omdat anders een voortdurende toestand van alertheid ontstaat, die het lichaam uitput.
Conflicten kunnen erg belastend zijn en lijden veroorzaken. Innerlijke vrede is ook bedoeld om beter met dit lijden om te gaan en vrolijkheid te behouden, ondanks harde leefomstandigheden. Met de woorden van de Dalai Lama (A Human Approach to Worldpeace):
"Vandaar dat ik het belang benadruk van mentale training om lijden te kunnen doorstaan en om een blijvende toestand van geluk te bereiken.?"
Vele disciplines geven de beoefenaars meer zelf-verantwoordelijkheid, moedigen hen aan hun lot in eigen handen te nemen en zich weerbaar op te stellen. Dat is goed, vooral in een wereld van lijdzaamheid. Vrolijk blijven ondanks alles, is een goede zaak, als het niet doet vergeten, aan de oorzaken van het lijden de nodige aandacht te schenken. Wanneer aanmoedigingen tot zelf-verantwoordelijkheid en tot vrolijkheid overdreven worden, ontstaat een gevaar op valse schuldgevoelens. Slachtoffers worden dan slachtoffers-omdat ze-zich-niet-konden-verdedigen. De schuldvraag dreigt dan te verschuiven van dader naar slachtoffer.
Er bestaat een soort wederkerigheid tussen het uiterlijke en het innerlijke. Vredelievende leefomstandigheden maken vredelievende mensen. Vredelievende mensen bouwen aan een vredelievende samenleving. Vredescultuur is meer dan innerlijke vrede alleen. Innerlijke vrede is een noodzakelijk aspect van vredescultuur, maar wel slechts één aspect. Het moedigt mensen aan om de conflicten die door de gewelddadige zijde van onze samenleving in hen worden "ingeplant", op te lossen en te beëindigen, zodat deze niet verder woekeren, en zodat zij als mens hun rust terugvinden.
De taalverschillen kunnen al dubbelzinnigheden naar voren brengen. Het Engelse "peaceful" betekent zowel vredelievend als rustig. Ook in het Nederlands wordt vredig gebruikt wanneer we een soort rust bedoelen. Het is Indische "shanti" betekent "vrede", wat begrepen wordt als "innerlijke kalmte". Wanneer we dus lezen over "inner peace" kunnen we dit vertalen als "innerlijke vrede" en tevens als "innerlijke rust". Volgens de dertiende-eeuwse Japanse monnik Nichiren ontstaat innerlijke vrede door het overwinnen van de "drie vergiften" (onwetendheid, haat en hebzucht), zodat wie innerlijke rust heeft gevonden niet meer destructief handelt. Door het overwinnen van onwetendheid (over de aard van de mens), ontstaat het bewustzijn van verbondenheid en van mededogen.
Vraag is in hoeverre rust en vrede als gelijke begrippen kunnen gelezen worden. Naar aanleiding van "9/11" schrijft de Dalai Lama:
"Maar dit (de aanslagen) waren geen daden van spontane negatieve gevoelens. Zij waren het resultaat van zorgvuldige planning, wat hen alleen maar noch afschuwelijker maakt."
Inderdaad, misdaad, moord en oorlog, het ontwerpen van verschrikkelijke wapens, kunnen op de meest koelbloedige (kalme) wijze voltrokken worden. Hoe kunnen we "innerlijke vrede" verder begrijpen?
Innerlijke vrede is een vorm van zelfverzoening die kan bereikt worden door mentale training. Door oefeningen zuivert men zich van rust-verstorende (denk)gewoonten, lost men innerlijke conflicten op, zodat men een zekere vorm van innerlijk evenwicht vindt. Daardoor overwint men lijden, en treedt men fris de wereld tegemoet en is zo beter in staat een bijdrage te leveren tot een vredelievende samenleving.
Het zou echter jammer zijn de organische basis van innerlijke vrede uit het oog te verliezen. Bepaalde vervuilende stoffen die men opneemt uit de omgeving kunnen sterke onrust veroorzaken. Een tekort aan mineralen zoals magnesium, eveneens. Ook een foutje in de werking van bepaalde organen, bv de schildklier. Veel werken aan de computer kan epileptische verschijnselen veroorzaken, zelfs bij mensen die geen uitgesproken aanleg hebben voor epilepsie. Van elke van deze factoren is men zich niet altijd bewust en men heeft er niet altijd controle over. Milieuvervuiling is een mondiaal verschijnsel.
Wie belangstelling heeft in "innerlijke vrede" geeft dus best aandacht aan een vorm van hygiëne voor het zenuwstelsel, waartoe lichaamsbeweging, gezonde voeding, werkgewoonten, goede nachtrust, goede menselijke en seksuele contacten, ... behoren. Epilepsie, depressie, slaap, innerlijke onrust, ... het lijkt allemaal met elkaar verbonden. Rustgevende thee, kruidengeneeskunde, aromatherapie, sauna, massage, luisteren naar rustige muziek,... allemaal "dagelijkse" gewoonten die de rust ten goede kunnen komen. De Japanse tuin is een "kijk-en luister"-tuin, een visueel genot, met watergekabbel op de achtergrond. Een park, een bos, een wandeling op het strand. Kaarsmeditatie, het kijken naar het continue branden van de vlam brengt de geest tot rust. De kaars is ook een vrijwel universeel vredessymbool.
Ik gaf het reeds aan: sommige vervuilende stoffen komen uit het milieu. Maar ook de sociale contacten of de structuur van de maatschappij kunnen mensen de kast op jagen: onregelmatige werkuren, files, werkonzekerheid, opvoedingsproblemen, relatieproblemen,... . Eveneens allemaal onderwerpen die men niet ten volle kan controleren. Innerlijke vrede heeft dus ook een sociaal-politieke invalshoek. De maatschappelijke ordening kan maken dat de leden van een groep of van een samenleving met meer of minder innerlijke conflicten opgezadeld worden, en het dus, als het al mogelijk is, meer tijd en inspanning vraagt om deze te verwerken.
In tegenstelling tot het Engelse "satisfaction" of "fullfilement", verwijst "behoeftenbe-vredig-ing" naar vrede. Voldaan en vredig. Voor Marshal B. Rosenberg is behoeftenbevrediging de basis van geweldloosheid. Maar ook behoeftenbevrediging heeft een sociaal-politiek aspect.
In de Japanse, door Zen (in het bijzonder door de gedachten van de priester Takuan) geïnspireerde krijgskunst, spreekt men van fudochi, de lege en onbewogen geest. Als een rustige rivier die perfect de maneschijn weerspiegelt. Deze innerlijke rust maakt het mogelijk de situatie accuraat te beschouwen, én, om de juiste techniek en de aangepaste strategie probleemloos uit te voeren. Innerlijke vrede maakt een betere waarneming mogelijk en "garandeert" adequate actie. Hierbij zoekt men rust in de beweging. Innerlijke rust in een dynamisch en steeds veranderend geheel. "Niet-denken" ("no-mind"), leeg, spontaan en onbewust handelend, luisterend en inspelend op de situatie. "Mu" betekent leegte, en tal van begrippen verwijzen ernaar: mu-shin (zonder geest), mu-shotoku (zonder doel en niet gericht op winst).
Geweld zou men kunnen zien als een verstoring van rust. Zelfverdediging is pas voltooid na het herstellen van de rust, wanneer alle problemen zijn opgelost en de nodige na-zorg is verleend, wanneer mogelijke wonden zijn geheeld. Dit terugkeren tot rust is belangrijk, omdat anders een voortdurende toestand van alertheid ontstaat, die het lichaam uitput.
Conflicten kunnen erg belastend zijn en lijden veroorzaken. Innerlijke vrede is ook bedoeld om beter met dit lijden om te gaan en vrolijkheid te behouden, ondanks harde leefomstandigheden. Met de woorden van de Dalai Lama (A Human Approach to Worldpeace):
"Vandaar dat ik het belang benadruk van mentale training om lijden te kunnen doorstaan en om een blijvende toestand van geluk te bereiken.?"
Vele disciplines geven de beoefenaars meer zelf-verantwoordelijkheid, moedigen hen aan hun lot in eigen handen te nemen en zich weerbaar op te stellen. Dat is goed, vooral in een wereld van lijdzaamheid. Vrolijk blijven ondanks alles, is een goede zaak, als het niet doet vergeten, aan de oorzaken van het lijden de nodige aandacht te schenken. Wanneer aanmoedigingen tot zelf-verantwoordelijkheid en tot vrolijkheid overdreven worden, ontstaat een gevaar op valse schuldgevoelens. Slachtoffers worden dan slachtoffers-omdat ze-zich-niet-konden-verdedigen. De schuldvraag dreigt dan te verschuiven van dader naar slachtoffer.
Er bestaat een soort wederkerigheid tussen het uiterlijke en het innerlijke. Vredelievende leefomstandigheden maken vredelievende mensen. Vredelievende mensen bouwen aan een vredelievende samenleving. Vredescultuur is meer dan innerlijke vrede alleen. Innerlijke vrede is een noodzakelijk aspect van vredescultuur, maar wel slechts één aspect. Het moedigt mensen aan om de conflicten die door de gewelddadige zijde van onze samenleving in hen worden "ingeplant", op te lossen en te beëindigen, zodat deze niet verder woekeren, en zodat zij als mens hun rust terugvinden.
GEWELDLOOSHEID EN KRIJGSKUNST: EEN CONVERGENTIE
09 december, 2005
Geweldloosheid (vrede, vredescultuur) en krijgskunst lijken op eerste zicht eerder tegengesteld, maar dat is slechts schijn. Sterker nog: door de geschiedenis door blijken beiden naar elkaar toe te groeien. "Geweldloos verzet" en "actieve geweldloosheid" zijn enerzijds dynamischer dan passief pacifisme, en anderzijds richt krijgskunst zich meer op vrede, in het bijzonder de beoefening van innerlijke krijgskunsten zoals aikido, tai chi chuan en iaido.
Een mooi voorbeeld van het eerste vond ik in een uitgave van "UNESCO Publishing", "The power of non-violent action", waarin de geweldloosheid van Gandhi en van Martin Luther King toegelicht worden. De inleiding heet: "A note about jiu-jitsu". Daarin lees ik:
"In het hart van geweldloos verzet is een proces dat men "jiu-jitsu" noemt. De term is ontleend aan de oude Japanse krijgskunst, een systeem van worstelen gebaseerd op de kennis van evenwicht en hoe deze kennis te gebruiken om de zin voor stabiliteit van de tegenstander te overwinnen.
Kort gezegd, door vrijwillig te weigeren geweld met geweld te beantwoorden, en door geweldloos gedrag vol te houden ondanks verdrukking, brengt een aanhanger ervan een tegenstander uit evenwicht. Omdat de deelnemers van een geweldloze actie weigeren het geweld van hun tegenstanders te spiegelen, wordt de aanvaller getroffen door hun lijden en door de weigering van de aanhangers om geweld met geweld te beantwoorden." (blz XV)
Wie vertrouwd is met Japanse krijgskunsten, zal misschien bedenkingen hebben bij de mate waarin dit citaat een terechte vergelijking inhoudt, maar het gebruik van de term "jiu jitsu" zelf is treffend. Bij dit naar-elkaar-toe-groeien van geweldloosheid en krijgskunst wou ik in deze bijdrage even stilstaan.
Vertrekkend bij de geschiedenis van geweldloosheid, dacht ik aan het voorbeeld van de Amish, de protestante groepen die een 17de eeuwse levenswijze aanhouden. Zij vertegenwoordigen de bekende christelijke houding van het aanbieden van de "andere wang". De Amish laten het geweld over zich gaan en wachten tot het voorbij is. Voor hen telt het principe van "niet-weerstand", en is het gebod: "Gij zult niet doden!" , erg letterlijk te nemen. Doorheen de geschiedenis heeft dit standpunt christelijke denkers voor dilemma' s geplaatst, op zulk een manier dat Augustinus, één van de grote kerkvaders, de theorie van de rechtvaardige oorlog ontwikkelde.
In het achtvoudige pad van het boeddhisme is er sprake van "het juiste handelen", waar het niet gebruiken van geweld deel van uitmaakt. Ik denk zo aan een scène uit één van de bekende "Karate-Kid"-films, nl. "The Next Karate Kid". Daarin gaat het eigenlijk om een karate-girl: de dochter van een goede vriend van Miyagi, de karate-meester. Het meisje is een beetje rebels, en, ten einde raad, neemt Miyagi haar mee naar een zen-klooster. Bij een maaltijd in open lucht doodt zij een sprinkhaan, waarop de monniken onmiddellijk in stilte, maar kordaat de tafel verlaten. Zij blijft ontredderd achter: "Wat heb ik (nu weer verkeerd) gedaan?" Het zinloos geweld tegenover de sprinkhaan was er te veel aan. Een filmcommentator schreef hierover:
"Waarschijnlijk was het meest interssante deel van de film (de scène) wanneer het meisje dacht dat het dom was dat de monniken geen sprinkhaan wilden doden. Miyagi vertelde haar dat straatbendes die elkaar uitmoorden, dom zijn; dat naties die elkaar willen vernietigen dom zijn; maar dat respect hebben voor leven, niet dom is. Miyagi heeft zulke wijsheid ook in andere films naar voren gebracht."
Niet teruggetrokken in een 17-de eeuws levensstijl, maar eveneens van christelijke oorspong en sterk de idee van geweldloosheid uitdragend, zijn de Quakers. Zij onderscheiden zich van andere christelijke stromingen, doordat zij een individuele openbaring erkennen, zonder tussenkomst van een priester. Verschillende Quakers zijn hoog-opgeleid en enkele vroegere presidenten van de USA waren Quaker. In België« werd Pat Patfoort geïnspireerd door contacten met Quakers en met Gandhiaanse groepen. Zij is auteur van twee boeken over geweldloosheid en is actief geweest als bemiddelaar bij oorlogsconflicten. Haar werk spitst zich vooral toe op meningsverschillen, zoals ze zich kunnen voordoen in de huiselijke kring. Haar inbreng is om bij een dispuut noch elkaar, noch de andere argumenten af te breken of de eigen op te hemelen, maar integendeel het eigen standpunt te funderen, dwz te betrekken op jezelf. Geen machtsstrijd, maar wel communicatie en creativiteit om tot een consensus te komen. Het werk van Marshall B. Rosenberg sluit heirbij aan, met grondslagen voor de geweldloze communicatie.
De term "geweldloosheid" verbind je uiteraard spontaan met Mahatma Gandhi en Martin Luther King. Zij vonden hun inspiratie bij Tolstoi (die de gruwel van de Napoleontische oorlogen had beschreven), en, onder meer eveneens in navolging van hun christelijke vorming, ontdekten zij de kracht van de geweldloze actie. Die bestaat in principe uit zelfopoffering, samengevat in de term ahimsa .Bekend is het verhaal van een betoging waarbij de actie bestond uit het stilstaand postvatten. Wanneer de Engelsen schoten en zelfs doodden, werden de gewonden en doden vervangen door nieuwe vrijwilligers, maar geen tegengeweld werd gebruikt. Het resultaat was een bloedbad, maar ook een enorme schande voor de Engelsen. Deze vorm van geweldloos verzet is enorm krachtig, maar, zoals gezegd, vraagt veel zelfopoffering.
De jaren negentig bracht het UNESCO-project voor een tijdvak van vrede en geweldloosheid voort, dat bedoeld was voor het begin van de eenentwintigste eeuw. De geschiedenis heeft anders beslist, maar het project heeft het woord "vredescultuur" op de agenda gezet. Het begrip "vredescultuur" kan op twee manieren ingevuld worden:
- een samenleving die leeft volgens vredelievende omgangsvormen, vredelievende vaardigheden, e.d., volgens een vredeslogica;
- een samenleving die vrede cultiveert, als een waarde erkent en die wil doen groeien.
Het UNESCO boek "From a culture of violence to a culture of Peace" verzamelt hierover interessante artikels.
Vanuit de wetenschap verschijnen meer en meer studies die de aard van geweld willen begrijpen. Het seculiere Westerse humanisme is niet in principe vredelievend, maar ook daar leeft de behoefte aan het definiëren van vredescultuur.
Een andere ontwikkeling is die van de vredesbeweging waarmee men de anti-oorlog, anti-kernwapen groepen bedoelt. Zij ondernemen sensibiliseringsacties tegen het gebruik van geweld in het algemeen en massavernietigingswapens in het bijzonder.
Vertrekkend van de andere zijde, de kant van de Japanse krijgskunsten, bestaat er ook een duidelijke evolutie. In een grondstadium kan men spreken van vechttechniek. Het gaat daarbij louter om technieken om tegenstanders uit te schakelen of te controleren. Met de overgang (in Japan) tot jiu-jitsu, ken-jitsu,... bij de adellijke samoerai ontwikkelt zich een vechttechniek binnen een duidelijk moreel kader. Wanneer Ieyasu inn 1594 de macht grijpt en de keizer op een zijspoor zet, begint in Japan het driehonderjarige shogunaat, dat duels verbiedt (wat aanleiding heeft gegeven tot het grote Japanse epos van de 47 ronin (samoerai), je kan nog steeds hun graven bezoeken)
Het verbod van de Shogun op duels, herinnert allereerst aan de rol van de overheid in het nastreven van een vredelievende samenleving. De mate waarin de overheid over een geweldmonopolie behoort te beschikken, hoort daarbij, evenals de rol van de overheid en supra-nationale instellingen zoals de Verenigde Naties, bij conflictbeheersing.
Maar de invloed reikt verder : de Shogun verbiedt duels, en daardoor wordt de krijgskunst meer en meer geïnspireerd door het zen-boeddhisme. De beoefening ervan wordt een middel tot zelfontwikkeling, niet alleen van zelfbehoud. Dit is het stadium "do": de weg van de krijger, budo of bushido. Een ontleding van de kalligrafie van het woord "budo" leert dat dit betekent: "De wapens stoppen" , dus het beëindigen van geweld.
Kalligrafie wordt een geliefde kunst voor krijgs-kunstenaars, niet alleen in Japan, maar ook in China. Een mooi voorbeeld daarvan vind je in de film "Hero" . Het hoofdpersonage, een zwaardmeester, offert zijn leven om aan de keizer een nieuwe kalligrafie van het woord zwaard als geschenk te geven. Het betekent tevens "vrede".
Een hieraan verbonden aspect dat door zen sterk op de voorgrond kwam, is "innerlijke vrede" . Een geest die de werkelijkheid weerspiegelt als stilstaand water, een gevoelsleven in innerlijk evenwicht, innerlijke rust. Dit is budo als meditatie en zelfreiniging.
Budo is krijgskunst met een morele code, als zelfontwikkeling, als kunstbeoefening, als innerlijke vrede en met als doel beëindigen van geweld. Een zeer bekend zwaardmeester, Munenori Yagyu, gebruikte het begrip "Het zwaard dat leven geeft" ("katsujinken") , in tegenstelling tot het begrip "Het zwaard dat leven neemt"("satsujinken") . Hij werkte samen met de zen-monnik Takuan (die ook met Myamoto Musashi bevriend was), en formuleerde het zo:
" Het zwaard kan gebruikt worden om te doden, maar het kan ook aangewend worden om leven te beschermen of te geven. In dit laatste geval, zou een zwaardmeester in staat moeten zijn een tegenstander te overwinnen zonder hem te doden, of zou een slechte zwaarmeester moeten (kunnen) doden om zo het leven te redden (leven te geven aan) ontelbare anderen."
De commentator vermeldt hierbij: "Dit voorbeeld kan niet gescheiden worden van zijn politieke visie, en kan dus beschouwd worden als een levenswijze." . Deze zwaardtechniek en levenshouding vatte hij samen met het begrip "Geen Zwaard". Een andere bekend zwaardmeester, Yamaoka Tesshu, die persoonlijk adviseur was van de eerste keizer na het shogunaat, sprak over "het zwaard van "Geen Zwaard" en over het principe van "Geen Vijand".
De idee van het leven-gevende-zwaard is één van de inspiratiebronnen geweest van aikido. Morihei Ueshiba zei:
"Vroeger was budo de kunst om te sterven, voor mij is het de kunst om te leven."
Zen was niet zozeer een inspiratiebron voor Morihei ueshiba, wel het sjintoïsme van de Omoto kyo. Universele liefde en het bereiken van algemene vrede waren voor hem het doel van krijgskunst. De andere kwetsen, is zichzelf kwetsen, en omgekeerd. Ieder, ook de persoon zelf, was voor hem een waardevol stuk universum, en daarom is het nodig zichzelf te beschermen en te verzorgen. Aikido, is geen zelfopofferings-filosofie, zoals die van Gandhi, maar een actie gericht op het oplossen van geweld. Aikido volgt het principe van "Geen Schade" .
Ook in China was er de evolutie van wushu tot tai chi chuan. Hier worden gezondheidsoefeningen geïntegreerd in het trainen van schaduwboksen ("Chuan"), eveneens op basis van universele principes ("Tai Chi") zoals bij aikido. De idee van de vredelievende controle is aanwezig in de techniek "duwen", waarbij me hoopt dat die de tegenstander op andere gedachten brengt, zonder hem te kwetsen. De levensvisie van "yin-yang", gesymboliseerd door het tai chi - teken, bevat veel beschouwingen over een evenwichtige levenswijze. Ook bij tai chi vinden we innerlijke vrede en komt de beoefenaar tot rust. Tai chi is gebazeerd op het taoïsme, welk in zijn oorspronkelijke vorm ook een filosofie van geweldloosheid is: de bereikte rust opent de mens voor mededogen en "loving-kindness".
Vanuit de krijgskunst kom je zo bij een levenswijze van rust, respect, vrede, mededogen,... bij een vorm van vredescultuur.
Wie begint na te denken over vrede, komt al snel tot het vraagstuk van gepaste actie en tot beschouwing over geweld. Wie vertrekt van geweld, komt al snel tot nadenken over vrede. Beide groeien naar elkaar toe. Daarom is een begrip als "vredescultuur" zo belangrijk: het omvat veel meer dan louter de afwezigheid van oorlog of geweld. Zoals reeds gezegd, kan men "vredescultuur" op twee manieren verstaan: een menselijke samenleving, cultuur, die leeft volgens vredelievende omgangsvormen, of een menselijke samenleving die vrede cultiveert, die letterlijk vrede-lief-heeft.
Het begrijpen en uitwerken van beide invalshoeken (geweldloosheid en krijgskunst) kunnen leiden tot meer inzicht in vredelievende vaardigheden om het eigen leven en de maatschappij meer duurzaam te maken.
Een mooi voorbeeld van het eerste vond ik in een uitgave van "UNESCO Publishing", "The power of non-violent action", waarin de geweldloosheid van Gandhi en van Martin Luther King toegelicht worden. De inleiding heet: "A note about jiu-jitsu". Daarin lees ik:
"In het hart van geweldloos verzet is een proces dat men "jiu-jitsu" noemt. De term is ontleend aan de oude Japanse krijgskunst, een systeem van worstelen gebaseerd op de kennis van evenwicht en hoe deze kennis te gebruiken om de zin voor stabiliteit van de tegenstander te overwinnen.
Kort gezegd, door vrijwillig te weigeren geweld met geweld te beantwoorden, en door geweldloos gedrag vol te houden ondanks verdrukking, brengt een aanhanger ervan een tegenstander uit evenwicht. Omdat de deelnemers van een geweldloze actie weigeren het geweld van hun tegenstanders te spiegelen, wordt de aanvaller getroffen door hun lijden en door de weigering van de aanhangers om geweld met geweld te beantwoorden." (blz XV)
Wie vertrouwd is met Japanse krijgskunsten, zal misschien bedenkingen hebben bij de mate waarin dit citaat een terechte vergelijking inhoudt, maar het gebruik van de term "jiu jitsu" zelf is treffend. Bij dit naar-elkaar-toe-groeien van geweldloosheid en krijgskunst wou ik in deze bijdrage even stilstaan.
Vertrekkend bij de geschiedenis van geweldloosheid, dacht ik aan het voorbeeld van de Amish, de protestante groepen die een 17de eeuwse levenswijze aanhouden. Zij vertegenwoordigen de bekende christelijke houding van het aanbieden van de "andere wang". De Amish laten het geweld over zich gaan en wachten tot het voorbij is. Voor hen telt het principe van "niet-weerstand", en is het gebod: "Gij zult niet doden!" , erg letterlijk te nemen. Doorheen de geschiedenis heeft dit standpunt christelijke denkers voor dilemma' s geplaatst, op zulk een manier dat Augustinus, één van de grote kerkvaders, de theorie van de rechtvaardige oorlog ontwikkelde.
In het achtvoudige pad van het boeddhisme is er sprake van "het juiste handelen", waar het niet gebruiken van geweld deel van uitmaakt. Ik denk zo aan een scène uit één van de bekende "Karate-Kid"-films, nl. "The Next Karate Kid". Daarin gaat het eigenlijk om een karate-girl: de dochter van een goede vriend van Miyagi, de karate-meester. Het meisje is een beetje rebels, en, ten einde raad, neemt Miyagi haar mee naar een zen-klooster. Bij een maaltijd in open lucht doodt zij een sprinkhaan, waarop de monniken onmiddellijk in stilte, maar kordaat de tafel verlaten. Zij blijft ontredderd achter: "Wat heb ik (nu weer verkeerd) gedaan?" Het zinloos geweld tegenover de sprinkhaan was er te veel aan. Een filmcommentator schreef hierover:
"Waarschijnlijk was het meest interssante deel van de film (de scène) wanneer het meisje dacht dat het dom was dat de monniken geen sprinkhaan wilden doden. Miyagi vertelde haar dat straatbendes die elkaar uitmoorden, dom zijn; dat naties die elkaar willen vernietigen dom zijn; maar dat respect hebben voor leven, niet dom is. Miyagi heeft zulke wijsheid ook in andere films naar voren gebracht."
Niet teruggetrokken in een 17-de eeuws levensstijl, maar eveneens van christelijke oorspong en sterk de idee van geweldloosheid uitdragend, zijn de Quakers. Zij onderscheiden zich van andere christelijke stromingen, doordat zij een individuele openbaring erkennen, zonder tussenkomst van een priester. Verschillende Quakers zijn hoog-opgeleid en enkele vroegere presidenten van de USA waren Quaker. In België« werd Pat Patfoort geïnspireerd door contacten met Quakers en met Gandhiaanse groepen. Zij is auteur van twee boeken over geweldloosheid en is actief geweest als bemiddelaar bij oorlogsconflicten. Haar werk spitst zich vooral toe op meningsverschillen, zoals ze zich kunnen voordoen in de huiselijke kring. Haar inbreng is om bij een dispuut noch elkaar, noch de andere argumenten af te breken of de eigen op te hemelen, maar integendeel het eigen standpunt te funderen, dwz te betrekken op jezelf. Geen machtsstrijd, maar wel communicatie en creativiteit om tot een consensus te komen. Het werk van Marshall B. Rosenberg sluit heirbij aan, met grondslagen voor de geweldloze communicatie.
De term "geweldloosheid" verbind je uiteraard spontaan met Mahatma Gandhi en Martin Luther King. Zij vonden hun inspiratie bij Tolstoi (die de gruwel van de Napoleontische oorlogen had beschreven), en, onder meer eveneens in navolging van hun christelijke vorming, ontdekten zij de kracht van de geweldloze actie. Die bestaat in principe uit zelfopoffering, samengevat in de term ahimsa .Bekend is het verhaal van een betoging waarbij de actie bestond uit het stilstaand postvatten. Wanneer de Engelsen schoten en zelfs doodden, werden de gewonden en doden vervangen door nieuwe vrijwilligers, maar geen tegengeweld werd gebruikt. Het resultaat was een bloedbad, maar ook een enorme schande voor de Engelsen. Deze vorm van geweldloos verzet is enorm krachtig, maar, zoals gezegd, vraagt veel zelfopoffering.
De jaren negentig bracht het UNESCO-project voor een tijdvak van vrede en geweldloosheid voort, dat bedoeld was voor het begin van de eenentwintigste eeuw. De geschiedenis heeft anders beslist, maar het project heeft het woord "vredescultuur" op de agenda gezet. Het begrip "vredescultuur" kan op twee manieren ingevuld worden:
- een samenleving die leeft volgens vredelievende omgangsvormen, vredelievende vaardigheden, e.d., volgens een vredeslogica;
- een samenleving die vrede cultiveert, als een waarde erkent en die wil doen groeien.
Het UNESCO boek "From a culture of violence to a culture of Peace" verzamelt hierover interessante artikels.
Vanuit de wetenschap verschijnen meer en meer studies die de aard van geweld willen begrijpen. Het seculiere Westerse humanisme is niet in principe vredelievend, maar ook daar leeft de behoefte aan het definiëren van vredescultuur.
Een andere ontwikkeling is die van de vredesbeweging waarmee men de anti-oorlog, anti-kernwapen groepen bedoelt. Zij ondernemen sensibiliseringsacties tegen het gebruik van geweld in het algemeen en massavernietigingswapens in het bijzonder.
Vertrekkend van de andere zijde, de kant van de Japanse krijgskunsten, bestaat er ook een duidelijke evolutie. In een grondstadium kan men spreken van vechttechniek. Het gaat daarbij louter om technieken om tegenstanders uit te schakelen of te controleren. Met de overgang (in Japan) tot jiu-jitsu, ken-jitsu,... bij de adellijke samoerai ontwikkelt zich een vechttechniek binnen een duidelijk moreel kader. Wanneer Ieyasu inn 1594 de macht grijpt en de keizer op een zijspoor zet, begint in Japan het driehonderjarige shogunaat, dat duels verbiedt (wat aanleiding heeft gegeven tot het grote Japanse epos van de 47 ronin (samoerai), je kan nog steeds hun graven bezoeken)
Het verbod van de Shogun op duels, herinnert allereerst aan de rol van de overheid in het nastreven van een vredelievende samenleving. De mate waarin de overheid over een geweldmonopolie behoort te beschikken, hoort daarbij, evenals de rol van de overheid en supra-nationale instellingen zoals de Verenigde Naties, bij conflictbeheersing.
Maar de invloed reikt verder : de Shogun verbiedt duels, en daardoor wordt de krijgskunst meer en meer geïnspireerd door het zen-boeddhisme. De beoefening ervan wordt een middel tot zelfontwikkeling, niet alleen van zelfbehoud. Dit is het stadium "do": de weg van de krijger, budo of bushido. Een ontleding van de kalligrafie van het woord "budo" leert dat dit betekent: "De wapens stoppen" , dus het beëindigen van geweld.
Kalligrafie wordt een geliefde kunst voor krijgs-kunstenaars, niet alleen in Japan, maar ook in China. Een mooi voorbeeld daarvan vind je in de film "Hero" . Het hoofdpersonage, een zwaardmeester, offert zijn leven om aan de keizer een nieuwe kalligrafie van het woord zwaard als geschenk te geven. Het betekent tevens "vrede".
Een hieraan verbonden aspect dat door zen sterk op de voorgrond kwam, is "innerlijke vrede" . Een geest die de werkelijkheid weerspiegelt als stilstaand water, een gevoelsleven in innerlijk evenwicht, innerlijke rust. Dit is budo als meditatie en zelfreiniging.
Budo is krijgskunst met een morele code, als zelfontwikkeling, als kunstbeoefening, als innerlijke vrede en met als doel beëindigen van geweld. Een zeer bekend zwaardmeester, Munenori Yagyu, gebruikte het begrip "Het zwaard dat leven geeft" ("katsujinken") , in tegenstelling tot het begrip "Het zwaard dat leven neemt"("satsujinken") . Hij werkte samen met de zen-monnik Takuan (die ook met Myamoto Musashi bevriend was), en formuleerde het zo:
" Het zwaard kan gebruikt worden om te doden, maar het kan ook aangewend worden om leven te beschermen of te geven. In dit laatste geval, zou een zwaardmeester in staat moeten zijn een tegenstander te overwinnen zonder hem te doden, of zou een slechte zwaarmeester moeten (kunnen) doden om zo het leven te redden (leven te geven aan) ontelbare anderen."
De commentator vermeldt hierbij: "Dit voorbeeld kan niet gescheiden worden van zijn politieke visie, en kan dus beschouwd worden als een levenswijze." . Deze zwaardtechniek en levenshouding vatte hij samen met het begrip "Geen Zwaard". Een andere bekend zwaardmeester, Yamaoka Tesshu, die persoonlijk adviseur was van de eerste keizer na het shogunaat, sprak over "het zwaard van "Geen Zwaard" en over het principe van "Geen Vijand".
De idee van het leven-gevende-zwaard is één van de inspiratiebronnen geweest van aikido. Morihei Ueshiba zei:
"Vroeger was budo de kunst om te sterven, voor mij is het de kunst om te leven."
Zen was niet zozeer een inspiratiebron voor Morihei ueshiba, wel het sjintoïsme van de Omoto kyo. Universele liefde en het bereiken van algemene vrede waren voor hem het doel van krijgskunst. De andere kwetsen, is zichzelf kwetsen, en omgekeerd. Ieder, ook de persoon zelf, was voor hem een waardevol stuk universum, en daarom is het nodig zichzelf te beschermen en te verzorgen. Aikido, is geen zelfopofferings-filosofie, zoals die van Gandhi, maar een actie gericht op het oplossen van geweld. Aikido volgt het principe van "Geen Schade" .
Ook in China was er de evolutie van wushu tot tai chi chuan. Hier worden gezondheidsoefeningen geïntegreerd in het trainen van schaduwboksen ("Chuan"), eveneens op basis van universele principes ("Tai Chi") zoals bij aikido. De idee van de vredelievende controle is aanwezig in de techniek "duwen", waarbij me hoopt dat die de tegenstander op andere gedachten brengt, zonder hem te kwetsen. De levensvisie van "yin-yang", gesymboliseerd door het tai chi - teken, bevat veel beschouwingen over een evenwichtige levenswijze. Ook bij tai chi vinden we innerlijke vrede en komt de beoefenaar tot rust. Tai chi is gebazeerd op het taoïsme, welk in zijn oorspronkelijke vorm ook een filosofie van geweldloosheid is: de bereikte rust opent de mens voor mededogen en "loving-kindness".
Vanuit de krijgskunst kom je zo bij een levenswijze van rust, respect, vrede, mededogen,... bij een vorm van vredescultuur.
Wie begint na te denken over vrede, komt al snel tot het vraagstuk van gepaste actie en tot beschouwing over geweld. Wie vertrekt van geweld, komt al snel tot nadenken over vrede. Beide groeien naar elkaar toe. Daarom is een begrip als "vredescultuur" zo belangrijk: het omvat veel meer dan louter de afwezigheid van oorlog of geweld. Zoals reeds gezegd, kan men "vredescultuur" op twee manieren verstaan: een menselijke samenleving, cultuur, die leeft volgens vredelievende omgangsvormen, of een menselijke samenleving die vrede cultiveert, die letterlijk vrede-lief-heeft.
Het begrijpen en uitwerken van beide invalshoeken (geweldloosheid en krijgskunst) kunnen leiden tot meer inzicht in vredelievende vaardigheden om het eigen leven en de maatschappij meer duurzaam te maken.
HET SPIDERMAN-DILEMMA
12 november, 2005
Om in een Shinto-tempel binnen te gaan, gaat men door een poort. Dit lijkt vrij gewoon, maar het symboliseert het achterwege laten van de wereld om in een nieuwe binnen te treden, die van het Shinto-heiligdom. Wie binnentreedt, laat een beetje de wereld achter zich. De dojo heeft voor een deel deze betekenis behouden.
Dit zou ons echter kunnen doen vergeten dat wie terug naar buiten gaat, uit de tempel, opnieuw in de wereld treedt. De plaats van de in-de-dojo-beoefende-krijgskunst binnen de maatschappij is geen eenvoudig onderwerp.
Laatst zag ik de verfilming van "Spiderman" op televisie. ("Spiderman" en "Superman" komen uit hetzelfde mediabedrijf, Marvel Entertainment, dat een heel universum aan superhelden heeft en dat sinds 2001 opnieuw echt "in" is, zie ook het artikel "Spiderman on the Roof"). De film vertelt het verhaal van een ietwat slungelachtige "computernerd", gepest, maar ook erg verliefd op zijn buurmeisje. Hij wordt gebeten door een genetisch gemanipuleerde spin, en krijgt een beetje spin-DNA binnen. En dus : "Spiderman". Geen nerd meer, maar een atletisch vechter die tussenbeide komt bij allerlei misdaad. Een wat banaal verhaal dat toch eindigt met een vraag. Het buurmeisje, waarnaar hij reeds zo lang verlangt, bekent hem uiteindelijk haar diepste affectie. Daar zit hij al het hele verhaal op te wachten. Hij wijst haar echter af, omdat "hij begrepen heeft dat door zijn aard (de-wereld-reddende-spiderman), steeds de mensen die hem dierbaar zijn, zullen lijden". Hij wil niet dat anderen het slachtoffer worden van zijn heldenrol, dus wijst hij haar af, om haar te beschermen. Kies zelf: ofwel spiderman, ofwel minnaar.
Dit thema, dat geëngageerden veroordeeld zijn tot de eenzaamheid, komt veel voor.
Het treffen van de dierbaren, in plaats van de tegenstander zelf, is een veelbeproefde machtstechniek. Tijdens WOII, wanneer in een dorp enkelen Joden of verzetsmensen hadden geholpen, executeerden de Nazi' s het hele dorp. Politiemensen in Palermo zullen dit probleem heel rëeel beleven.
Wat spiderman doet, is niet de zelfverdediging die getraind wordt in de dojo. Hij is toeschouwer, geen slachtoffer van geweld. Zijn probleem is niet "Hoe kan ik overleven?", maar: "Wat is mijn verantwoordelijkheid tegenover dit conflict?" Moet of kan ik tussenbeide komen of juist niet? Wat is daarbij de rol van de ordediensten? Is er een val opgezet?
De situatie waarmee men als toeschouwer van geweld wordt geconfronteerd kan van velerlei aard zijn: straatgeweld (zoals bij spiderman), maatschappelijke onrechtvaardigheid, geweld in het gezin, vandalisme,... .
Vanuit aikido gezien is het interessant na te gaan hoe Morihei Ueshiba hiermee omging. (Zie : "Levende Vrede" van John Stevens)
- Op zeventienjarige leeftijd zette hij zich in om wettelijk misbruik tegen arme vissers te bestrijden; maar: "Hoe bewonderswaardig Morihei' s activisme ook was, het leverde zijn vader-gemeenteraadslid een aardige hoeveelheid ongemak op" (blz 11).
- Als migrant in Hokkaido wordt hij een vooraanstaand lid van de gemeenschap. - Hij vetrekt met de Omoto-kyo naar Mongolië om er een utopische staat te stichten, maar de groep wordt gevangen genomen door het Chinese leger; dit avontuur kost hun bijna het leven. (blz 41)
- Na een les aan de militaire academie zegt hij: "Het militaire apparaat wordt beheerst door roekeloze idioten,.., die onschuldige burgers blindelings afslachten en alles wat hun pad kruist verwoesten."
- Na de aanval op Pearl Harbor trekt Morihei Ueshiba zich terug te Iwama, en laat het beheer van de dojo in Tokyo over aan zijn zoon.
Dit zou ons echter kunnen doen vergeten dat wie terug naar buiten gaat, uit de tempel, opnieuw in de wereld treedt. De plaats van de in-de-dojo-beoefende-krijgskunst binnen de maatschappij is geen eenvoudig onderwerp.
Laatst zag ik de verfilming van "Spiderman" op televisie. ("Spiderman" en "Superman" komen uit hetzelfde mediabedrijf, Marvel Entertainment, dat een heel universum aan superhelden heeft en dat sinds 2001 opnieuw echt "in" is, zie ook het artikel "Spiderman on the Roof"). De film vertelt het verhaal van een ietwat slungelachtige "computernerd", gepest, maar ook erg verliefd op zijn buurmeisje. Hij wordt gebeten door een genetisch gemanipuleerde spin, en krijgt een beetje spin-DNA binnen. En dus : "Spiderman". Geen nerd meer, maar een atletisch vechter die tussenbeide komt bij allerlei misdaad. Een wat banaal verhaal dat toch eindigt met een vraag. Het buurmeisje, waarnaar hij reeds zo lang verlangt, bekent hem uiteindelijk haar diepste affectie. Daar zit hij al het hele verhaal op te wachten. Hij wijst haar echter af, omdat "hij begrepen heeft dat door zijn aard (de-wereld-reddende-spiderman), steeds de mensen die hem dierbaar zijn, zullen lijden". Hij wil niet dat anderen het slachtoffer worden van zijn heldenrol, dus wijst hij haar af, om haar te beschermen. Kies zelf: ofwel spiderman, ofwel minnaar.
Dit thema, dat geëngageerden veroordeeld zijn tot de eenzaamheid, komt veel voor.
Het treffen van de dierbaren, in plaats van de tegenstander zelf, is een veelbeproefde machtstechniek. Tijdens WOII, wanneer in een dorp enkelen Joden of verzetsmensen hadden geholpen, executeerden de Nazi' s het hele dorp. Politiemensen in Palermo zullen dit probleem heel rëeel beleven.
Wat spiderman doet, is niet de zelfverdediging die getraind wordt in de dojo. Hij is toeschouwer, geen slachtoffer van geweld. Zijn probleem is niet "Hoe kan ik overleven?", maar: "Wat is mijn verantwoordelijkheid tegenover dit conflict?" Moet of kan ik tussenbeide komen of juist niet? Wat is daarbij de rol van de ordediensten? Is er een val opgezet?
De situatie waarmee men als toeschouwer van geweld wordt geconfronteerd kan van velerlei aard zijn: straatgeweld (zoals bij spiderman), maatschappelijke onrechtvaardigheid, geweld in het gezin, vandalisme,... .
Vanuit aikido gezien is het interessant na te gaan hoe Morihei Ueshiba hiermee omging. (Zie : "Levende Vrede" van John Stevens)
- Op zeventienjarige leeftijd zette hij zich in om wettelijk misbruik tegen arme vissers te bestrijden; maar: "Hoe bewonderswaardig Morihei' s activisme ook was, het leverde zijn vader-gemeenteraadslid een aardige hoeveelheid ongemak op" (blz 11).
- Als migrant in Hokkaido wordt hij een vooraanstaand lid van de gemeenschap. - Hij vetrekt met de Omoto-kyo naar Mongolië om er een utopische staat te stichten, maar de groep wordt gevangen genomen door het Chinese leger; dit avontuur kost hun bijna het leven. (blz 41)
- Na een les aan de militaire academie zegt hij: "Het militaire apparaat wordt beheerst door roekeloze idioten,.., die onschuldige burgers blindelings afslachten en alles wat hun pad kruist verwoesten."
- Na de aanval op Pearl Harbor trekt Morihei Ueshiba zich terug te Iwama, en laat het beheer van de dojo in Tokyo over aan zijn zoon.
- Na de oorlog vindt hij dat Japan er droevig voorstaat en besluit hij om (laat hij zich overhalen tot) zich in te zetten voor de verspreiding van aikido, onder meer door het geven van demonstraties; zijn onderricht is: "Breng eerst jezelf in orde, dan je familie, dan de natie".
Morihei Ueshiba zag de beoefening van aikido als een soort tegengif tegen de algemene ontmoediging in Japan na WOII. "Begin bij jezelf". Vertrekkend vanuit sociaal activisme als zeventienjarige ten gunste van arme vissers, eindigt hij bij zelfontwikkeling en zelfzorg. Een algemene malaise vergt inderdaad een algemene aanpak. Hoe vredelievender de maatschappij, hoe minder het probleem zich stelt.
Die houding is duidelijk in zijn aanwezigheid in de dojo in Iwama. Wanneer vooraanstaande leerlingen lesgeven en met de beoefenaars "de mat opkuisen", komt hij niet tussenbeide, maar zegt: "Oefen maar goed verder." Hij geloofde duidelijk dat wie op het goede spoor zit, zich vroeg of laat zou beteren.
Maar hij kwam niet tussenbeide. Wat doe je dan als toeschouwer van noodgevallen? Als zelfs het woord bemiddelen zinloos is geworden? Van de films van Steven Seagal weten we dat het zijn mening is dat je er ferm moet invliegen. In zijn latere films is hij alleenstaand, in zijn eerste heeft hij een familie, die bedreigd wordt. Het spiderman-dilemma eindigt ook hier in eenzaamheid.
Dus terug naar het einde van "Spiderman". Welke bedenkingen kan je daarbij maken? Ik dacht aan:
- Hij beslist in haar plaatst, hij geeft haar niet de kans om zelf te beslissen.
- Waarom houdt hij zo vast aan zijn rol als reddende spiderman. Natuurlijk, het is omdat je dokter bent, dat je kan helpen bij een noodoproep, maar wil dat zeggen dat je gevolg moet geven aan alle noodoproepen in de wereld?
- Kon de relatie wel succesvol worden? Tenslotte zat hij vol gewijzigd DNA.
- Hij begint als eenzame computernerd en hij eindigt als eenzame en bevlogen held; misschien zit het probleem eerder in de integriteit van zijn gevoelsleven.
Het blijft een moeilijk probleem. De wet kan verbieden tussenbeide te komen. Conflicten kunnen opgezet worden als valstrik. Verschillende studies zijn al gemaakt over het feit dat grote groepen mensen passief toekijken bij een moord of een verkrachting. Groepsdruk om te conformeren.
Als slachtoffer van geweld leert aikido om iets niet te doen dat je geneigd bent wel te doen: de tegenstander uitschakelen (als het al kan). Geweldloosheid in het algemeen roept op tot verminderen van geweld, tot desescalatie. Aikido leert om verantwoordelijkheid te nemen voor het lot van je aanvaller. In de krijgskunst bestaat er het spreekwoord: "Een vermeden gevecht is een gewonnen gevecht".
Omgekeerd kan het "verleiden tot een gevecht" deel uitmaken van een gevechtsstrategie, bijvoorbeeld om tijdverlies te veroorzaken. Zoals in zovele actiefilms: "Ga jij maar verder ik hou ze wel even op!" . Daar niet op ingaan is dan de gepaste zelfverdediging.
De verantwoordelijkheid als toeschouwer zet je daarentegen aan om iets te doen wat je normaal niet zou doen: tussenbeide komen. Om het gevecht niet te vermijden maar "te zoeken". Wie tussenbeide komt riskeert vergelding of straf, of loopt misschien in een val. Wie niet tussenbeide komt, als hij het wel kan, is schuldig nalatig.
Analyse van de situatie kan misschien leiden tot het maken van een verantwoorde keuze. De middelen kunnen geweldloze technieken zijn, of, indien onmogelijk, wat men noemt "protective use of force". Noodsituaties zijn uitzonderingsituaties en vragen een bijzondere aanpak.
Morihei Ueshiba zag de beoefening van aikido als een soort tegengif tegen de algemene ontmoediging in Japan na WOII. "Begin bij jezelf". Vertrekkend vanuit sociaal activisme als zeventienjarige ten gunste van arme vissers, eindigt hij bij zelfontwikkeling en zelfzorg. Een algemene malaise vergt inderdaad een algemene aanpak. Hoe vredelievender de maatschappij, hoe minder het probleem zich stelt.
Die houding is duidelijk in zijn aanwezigheid in de dojo in Iwama. Wanneer vooraanstaande leerlingen lesgeven en met de beoefenaars "de mat opkuisen", komt hij niet tussenbeide, maar zegt: "Oefen maar goed verder." Hij geloofde duidelijk dat wie op het goede spoor zit, zich vroeg of laat zou beteren.
Maar hij kwam niet tussenbeide. Wat doe je dan als toeschouwer van noodgevallen? Als zelfs het woord bemiddelen zinloos is geworden? Van de films van Steven Seagal weten we dat het zijn mening is dat je er ferm moet invliegen. In zijn latere films is hij alleenstaand, in zijn eerste heeft hij een familie, die bedreigd wordt. Het spiderman-dilemma eindigt ook hier in eenzaamheid.
Dus terug naar het einde van "Spiderman". Welke bedenkingen kan je daarbij maken? Ik dacht aan:
- Hij beslist in haar plaatst, hij geeft haar niet de kans om zelf te beslissen.
- Waarom houdt hij zo vast aan zijn rol als reddende spiderman. Natuurlijk, het is omdat je dokter bent, dat je kan helpen bij een noodoproep, maar wil dat zeggen dat je gevolg moet geven aan alle noodoproepen in de wereld?
- Kon de relatie wel succesvol worden? Tenslotte zat hij vol gewijzigd DNA.
- Hij begint als eenzame computernerd en hij eindigt als eenzame en bevlogen held; misschien zit het probleem eerder in de integriteit van zijn gevoelsleven.
Het blijft een moeilijk probleem. De wet kan verbieden tussenbeide te komen. Conflicten kunnen opgezet worden als valstrik. Verschillende studies zijn al gemaakt over het feit dat grote groepen mensen passief toekijken bij een moord of een verkrachting. Groepsdruk om te conformeren.
Als slachtoffer van geweld leert aikido om iets niet te doen dat je geneigd bent wel te doen: de tegenstander uitschakelen (als het al kan). Geweldloosheid in het algemeen roept op tot verminderen van geweld, tot desescalatie. Aikido leert om verantwoordelijkheid te nemen voor het lot van je aanvaller. In de krijgskunst bestaat er het spreekwoord: "Een vermeden gevecht is een gewonnen gevecht".
Omgekeerd kan het "verleiden tot een gevecht" deel uitmaken van een gevechtsstrategie, bijvoorbeeld om tijdverlies te veroorzaken. Zoals in zovele actiefilms: "Ga jij maar verder ik hou ze wel even op!" . Daar niet op ingaan is dan de gepaste zelfverdediging.
De verantwoordelijkheid als toeschouwer zet je daarentegen aan om iets te doen wat je normaal niet zou doen: tussenbeide komen. Om het gevecht niet te vermijden maar "te zoeken". Wie tussenbeide komt riskeert vergelding of straf, of loopt misschien in een val. Wie niet tussenbeide komt, als hij het wel kan, is schuldig nalatig.
Analyse van de situatie kan misschien leiden tot het maken van een verantwoorde keuze. De middelen kunnen geweldloze technieken zijn, of, indien onmogelijk, wat men noemt "protective use of force". Noodsituaties zijn uitzonderingsituaties en vragen een bijzondere aanpak.
OOST - WEST: DE TOEKOMST VAN AIKIDO
28 augustus, 2005
Een bevriend aikidoka was zo attent mijn aandacht te vestigen op een artikel dat verscheen in "Black Belt" . Het is een interview met Haruo Matsuoka, een voormalig leerling en uke van Steven Seagal. Matsuoka vertelt hoe hij eerst een favoriet was van Steven Seagal, hoe hij mee naar Amerika verhuisde, en hoe Steven Seagal hem daarna liet vallen, figuurlijk dan. Hij zat in vertwijfeling, maar vatte het onderricht terug op en heeft nu een eigen dojo, "Ikazuchi Dojo" of "Donder Dojo", omwille van de scherpe stijl van oefenen.
In al zijn vertwijfeling werd hij gesteund door Seiseki Abe, een oude aikidoleraar (geboren in 1915) en tevens meester calligraaf, die door Morihei Ueshiba mondeling als 10 de Dan gewaardeerd werd. Matsuoka had hem tevoren via Steven Seagal leren kennen. Bij Abe vindt Matsoka een totaal nieuw onderricht: hij brengt hem groot inzicht in de spirituele kant van aikido, het verband tussen de Kojiki (legenden die de doorsprong van de mens, van Japan en van de goddelijkheid de Japanse keizer verklaren) en aikido.
"Inderdaad, wat de meeste aikidoleraren eenvoudigweg afschilderen als opwarmingsoefening, verklaarde Abe tot in detail.".
Hij verklaarde het belang van het gebruik van verschillende klanken (kotodama), ademhaling en rythme, zodat ze konden voelen dat er veel kracht geconcentreerd was in hun "hara". "Ze bouwden aan Ki, wat totaal anders is dan krachttraining in een fitnesscentrum."
Ter gelegenheid van een stage in "de States", nam Abe alle Japanse leerlingen apart, en gaf hen elk een boek met de gedichten van Morihei Ueshiba, waarvan hij zelf calligrafieën had getekend, "om hen te inspireren en om hen te herinneren aan de kracht van dit aspect van hun cultureel erfgoed" .
Omwille van dit vriendelijke gebaar werd Abe voor Matsuoka het voorbeeld van de man aan de top die zijn volgelingen met de meeste zorg omringt.
Ik vond dit zeer boeiend, omdat in dit verhaal de Oost-West-confrontatie in aikido duidelijk wordt weergegeven als een soort dilemma tussen oppervlakkige Westerse sportiviteit enerzijds en Japanse diepzinnigheid anderzijds. Ook in België streven verschillende aikidoverenigingen naar erkenning als sportfederatie enerzijds, en naar erkenning van hun authentieke Japanse eigenheid anderzijds. Japanse cultuur georganiseerd door Westerse sportlegertjes. Dat dubbel karakter zorgt wel eens voor conflict, als bijvoorbeeld de eisen van de Westerse trainingsleer strijdig zijn met de Japanse oefenvormen.
Aikido is geen sportief, maar een cultureel verschijnsel. In het Westen denkt men dat alle lichaamsbeweging sport is, en dat wie geen sport beoefent, stil zit. Pech voor tuinieren, voor muziek, voor ballet of voor flamenco, zij vallen tussen schip en wal. Wie een beetje zoekt, vindt genoeg menselijke activiteiten die een belangrijke lichamelijke inspanning vragen, maar die geen sport zijn, maar cultuur.
Anderzijds is aikido, door de mondiale verspreiding ervan, ook niet meer echt Japans. Waarom nam Abe alleen zijn Japanse leerlingen apart? In een reportage van National Geographic leidt Yoshimitsu Yamada, een oorspronkelijk leerling van Morihei Ueshiba, een Amerikaanse vrouwelijke aikidoka rond in Japan. Het is een uitgebreide reis, welke zij als zeer leerrijk ervaart, maar waarna zij toch besluit: "Dit is allemaal heel boeiend, maar als het erop aankomt ben ik niet Japans".
Is er dan geen uitweg uit dit dilemma tussen oppervlakkigheid en "verjapannisering"?
Naar mijn mening is er een soort "omkering" nodig, van een Japanse discipline georganiseerd volgens Westerse sportieve principes, naar een meer universele discipline, met een universele culturele inhoud, georganiseerd volgens principes, waarvan de Japanse dienstbaarheid (zoals bijvoorbeeld in "samoerai") een zeer belangrijk onderdeel is. Daarom heb ik de mogelijke omschrijving van aikido opgesteld, zoals ze in het op deze site vermelde trainingsprogramma staat:
" AIKIDO IS EEN KRIJGSKUNST DIE, DOOR GEWELDLOZE TRAINING VAN DAARTOE AANGEPASTE VECHTTECHNIEKEN, DE LEVENSKWALITEIT VAN DE BEOEFENAARS VERHOOGT EN ZO EEN BIJDRAGE LEVERT TOT DE WERELDVREDE."
Wanneer we aikido kunnen omschrijven in verband met behoud en vergroten van levenskwaliteit, zetten we een stapje weg van Japan, richting algemeen menselijke waarden. Hoe Japans moet aikido zijn?
In al zijn vertwijfeling werd hij gesteund door Seiseki Abe, een oude aikidoleraar (geboren in 1915) en tevens meester calligraaf, die door Morihei Ueshiba mondeling als 10 de Dan gewaardeerd werd. Matsuoka had hem tevoren via Steven Seagal leren kennen. Bij Abe vindt Matsoka een totaal nieuw onderricht: hij brengt hem groot inzicht in de spirituele kant van aikido, het verband tussen de Kojiki (legenden die de doorsprong van de mens, van Japan en van de goddelijkheid de Japanse keizer verklaren) en aikido.
"Inderdaad, wat de meeste aikidoleraren eenvoudigweg afschilderen als opwarmingsoefening, verklaarde Abe tot in detail.".
Hij verklaarde het belang van het gebruik van verschillende klanken (kotodama), ademhaling en rythme, zodat ze konden voelen dat er veel kracht geconcentreerd was in hun "hara". "Ze bouwden aan Ki, wat totaal anders is dan krachttraining in een fitnesscentrum."
Ter gelegenheid van een stage in "de States", nam Abe alle Japanse leerlingen apart, en gaf hen elk een boek met de gedichten van Morihei Ueshiba, waarvan hij zelf calligrafieën had getekend, "om hen te inspireren en om hen te herinneren aan de kracht van dit aspect van hun cultureel erfgoed" .
Omwille van dit vriendelijke gebaar werd Abe voor Matsuoka het voorbeeld van de man aan de top die zijn volgelingen met de meeste zorg omringt.
Ik vond dit zeer boeiend, omdat in dit verhaal de Oost-West-confrontatie in aikido duidelijk wordt weergegeven als een soort dilemma tussen oppervlakkige Westerse sportiviteit enerzijds en Japanse diepzinnigheid anderzijds. Ook in België streven verschillende aikidoverenigingen naar erkenning als sportfederatie enerzijds, en naar erkenning van hun authentieke Japanse eigenheid anderzijds. Japanse cultuur georganiseerd door Westerse sportlegertjes. Dat dubbel karakter zorgt wel eens voor conflict, als bijvoorbeeld de eisen van de Westerse trainingsleer strijdig zijn met de Japanse oefenvormen.
Aikido is geen sportief, maar een cultureel verschijnsel. In het Westen denkt men dat alle lichaamsbeweging sport is, en dat wie geen sport beoefent, stil zit. Pech voor tuinieren, voor muziek, voor ballet of voor flamenco, zij vallen tussen schip en wal. Wie een beetje zoekt, vindt genoeg menselijke activiteiten die een belangrijke lichamelijke inspanning vragen, maar die geen sport zijn, maar cultuur.
Anderzijds is aikido, door de mondiale verspreiding ervan, ook niet meer echt Japans. Waarom nam Abe alleen zijn Japanse leerlingen apart? In een reportage van National Geographic leidt Yoshimitsu Yamada, een oorspronkelijk leerling van Morihei Ueshiba, een Amerikaanse vrouwelijke aikidoka rond in Japan. Het is een uitgebreide reis, welke zij als zeer leerrijk ervaart, maar waarna zij toch besluit: "Dit is allemaal heel boeiend, maar als het erop aankomt ben ik niet Japans".
Is er dan geen uitweg uit dit dilemma tussen oppervlakkigheid en "verjapannisering"?
Naar mijn mening is er een soort "omkering" nodig, van een Japanse discipline georganiseerd volgens Westerse sportieve principes, naar een meer universele discipline, met een universele culturele inhoud, georganiseerd volgens principes, waarvan de Japanse dienstbaarheid (zoals bijvoorbeeld in "samoerai") een zeer belangrijk onderdeel is. Daarom heb ik de mogelijke omschrijving van aikido opgesteld, zoals ze in het op deze site vermelde trainingsprogramma staat:
" AIKIDO IS EEN KRIJGSKUNST DIE, DOOR GEWELDLOZE TRAINING VAN DAARTOE AANGEPASTE VECHTTECHNIEKEN, DE LEVENSKWALITEIT VAN DE BEOEFENAARS VERHOOGT EN ZO EEN BIJDRAGE LEVERT TOT DE WERELDVREDE."
Wanneer we aikido kunnen omschrijven in verband met behoud en vergroten van levenskwaliteit, zetten we een stapje weg van Japan, richting algemeen menselijke waarden. Hoe Japans moet aikido zijn?